VERTREK VAN DE HIELEN UIT HET LAND VAN WAES



Vertrek van de Hielen uit het Land van Waes

 

Waarom treffen we vanaf begin 1600 ook Hielen aan in met name Klein Brabant. Daarvoor moeten we ons even verdiepen in de Vaderlandse geschiedenis. De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was een rampzalige periode in de geschiedenis van het Land van Waes. Dat blijkt onder meer uit de “Vlaemsche Kronyk of Dagregister: Van Al Het Gene Gedenkweerdig Voorgevallen Is Binnen De Stad Gent Sedert Den 15 July 1566 Tot 15 juni 1585, onderhouden in 't Latyn door Philips de Kempenaere”. Het geeft een aardig beeld van het Land van Waes aan het einde van de 16e eeuw en vooral van de moeilijke tijden voor de boerenbevolking. In die beginperiode van de Tachtigjarige Oorlog met Spanje werd deze streek door verschillende legers en bendes getroffen. De gevolgen waren berovingen, plunderingen, brandstichting en slaan van de bevolking. Maar ook de magistraat eiste veel van de boeren. Zij moesten voedsel maar ook paarden afstaan, hoewel de boeren dat niet altijd zonder slag of stoot toestonden. In 1591 werd bovendien de dijk bij Calloo doorgestoken, waardoor er grote verwoestingen ontstonden in het hele Land van Waas. Bovendien brandde een groot aantal hofsteden met schuur en stallen af. Dit alles zorgde voor grote verwarring onder de overwegend landbouwbevolking dat massaal wegtrok. Zo raakte de parochie van Kemseke, Stekene en Sint Pauwels grotendeels ontvolkt.

 

Er zijn dus voldoende redenen en ook argumenten om te veronderstellen, dat ook de Hielen of zeker een aantal onder hen een ander en veiliger heenkomen zochten. Mogelijk beroofd van have en goed, hun boerderijen platgebrand, of door de magistraten de pacht opgezegd, waardoor ze geen of nauwelijks nog land hadden om te bewerken. Wat we zeker weten is dat we vanaf het einde van de 16e eeuw nu ook Hielen gaan aantreffen buiten het Land van Waes, met name in Londerzeel en Sint Amands (Klein Brabant).