HIELEN IN NEDERLAND



 

 De Nederlandse tak Hiel

 

Afstammelingen van Egidius Hiel, gehuwd met (1) Maria Lambrechts (2) Jacomijn Wellincx en (3) Catharijne Florijn

 

   

Inleiding

 

De aanwezigheid van Egidius Hiel, de stamvader van de Nederlandse tak Hiel,  in Hulster Ambacht vonden we voor het eerst vermeld in het jaar 1656 in “Minuten en Afschriften van Akten van Verpachting van Goederen behoorend tot de Domeinen van den Prins van Oranje, 1646 – 1790”[1]. Na de val van Hulst had de Prins van Oranje de nieuwe bewindvoerders van Ter Zande " de Hoogmogende Heren in Den Haag in herinnering gebracht, dat eertijds alle bezittingen van de abdij Ter Duinen door de Vier Leden 's Lands van Vlaanderen aan Willem van Oranje geschonken waren “in dancke ende in goede ende jongstige recommandantie ende gedencknisse“[2]. Nu een respectabel deel van deze bezittingen en goederen in Hulster Ambacht binnen Staatse limieten was teruggekeerd, claimde Frederik Hendrik zijn erfelijke rechten daarop. De Staten „namen besoigne om sijn Hoogheyet tselve te approbere per resolutie van 16 april 1646”[3].

 

 

In Hulster Ambacht no 1478 over het jaar 1656 lezen we: „Compareerde voor Burchmeester en de Schepenen van den Lande van Hulsterambacht, in persoone J. Franchois de Smytere, Rentmeester van syne Hoochhijt mijn Heere den Prince van Orange denwelcken kende wel ende deugdelijk in pacht uytgegeven te hebben aende naervolgende personen, die hiermede compareerden, kenden ende declareerden in goeden en loyalelen pachte genomen te hebben, de hofsteden ende landen, soo die hiernaer in elcken polder ende articule staen uytgetrocken ende gedeclareerd“. Bij deze “naervolgende personen die hiermede compareerden …..” bevond zich ook Egidius Hiel.

 

 

De herkomst van Egidius Hiel

 

De zoektocht naar naar de herkomst van Egidius Hiel was niet eenvoudig. De reden was dat op 18 maart 1656 het echt- of huwelijksrecht van kracht werd verklaard voor de Generaliteitslanden. Onder “zware boete en banvonnis” werd het aan katholieke priesters verboden iemand in ondertrouw of huwelijk aan te nemen of een huwelijk in te zegenen. De katholieken moesten voor de predikant trouwen, dit “op straffe van” 100 gulden boete, zo zij wilden dat hun kinderen als wettig door de Staat erkend werden. De kinderen moesten zelfs bij de predikant “ten doop gepresenteerd” worden. Alleen hij was gemachtigd ze in te schrijven in de registers[4]. Pas in 1692 mag pater Blommaert, karmeliet, beginnen met een parochieregister in Hontenisse.

 

Gelukkig zijn er in Hulster Ambacht rondzwervende paters Franciscanen geweest die in het geheim doopten en die, eenmaal terug in veiligheid in hun klooster op de Belgische Clinge, deze dopen noteerden. In de doopregisters van Hulster Ambacht was echter geen enkel spoor van Egidius Hiel of van zijn vader te vinden. Dit terwijl het vinden van het doopbewijs van zijn echtgenote Maria Lambrechts, en gegevens over haar vader Cornelis Lambrechts, als landbouwer, kerkmeester en schepen van het Hulster Ambacht[5] niet het minste probleem opleverde.

 

Ook in de lijsten van pachters der Abdijen, om te zien of de naam Hiel al voor 1600 daarin voorkwam, was geen Egidius te bekennen. Onderzoeken in de archieven van Beveren, Sint Niklaas en Gent en in de registers van Stekene, Kemzeke, Sinaai, Lokeren enz. brachten ons evenmin verder. Wel werden daar een groot aantal personen met de naam Hiel aangetroffen.

 

 

 

 

Het was vanuit onverdachte hoek dat de oplossing ons kwam aanwaaien. In 1984 werd in Brussel ter gelegenheid van de 150e geboortedag van de 19e eeuwse Vlaamse dichter Emanuel Hiel een overzichtstentoonstelling gehouden[6].

 

In het kader daarvan was ook een stamboom samengesteld die terugging tot begin 1600 in het Belgische St. Amands aan de Schelde. Samensteller van deze stamboom was Dhr. Henri Sprangers, gepensioneerd luitenant-kolonel van het Belgische leger. Toen hij van “ons probleem” hoorde, kwam hij al snel met de oplossing. De door ons gezochte Egidius Hiel was hij namelijk in de parochieregisters van Sint Amands tegengekomen.

 

In een parochieregister voor huwelijken van Sint Amands had pastoor  van Langenberg destijds bovendien een uitzonderlijk en interessant verhaal genoteerd. De vertaling van de Latijnse tekst van dit prachtige document luidt als volgt:

 

  

 

5 april 1655

 

Nadat hier in de kerk van Sint Amands de drie huwelijksafkondigingen waren geschied van het toekomstig huwelijk tussen Egidius Hiel, inwoner van de parochie van St. Amands, en Maria Lambrecht dochter van Cornelius, wonende in Hontenisse nabij Hulst, hebben deze een wettig huwelijk gesloten in tegenwoordigheid van de Apostolische Missionaris in het gedeelte van Vlaanderen dat door de ketters bezet is, zoals blijkt uit de brieven die dat getuigen, waarvan de inhoud woord voor woord is:

 

Ik ondergetekende, Missionaris door Apostolische zending in die

gedeelten van Vlaanderen die door de ketters bezet zijn, van de Orde van Sint Franciscus, ben overtuigd dat er een geldig huwelijk is gesloten tussen Egidius Hiel en Maria Lambrecht, in mijn tegenwoordigheid, nadat ik de voornoemde Maria Lambrecht dispensatie had verleend in de kerkelijke roepen, krachtens de zending en de volmacht die mij gegeven is. Geschied in het gebied van Hulst deze vijfde april 16d vijf en vijftig.

 

Frater Andreas Meyboom  Missionaris van de Orde van Sint Franciscus.

 

Ik getuig dat de roepen tevoren door mij zijn geschied en dat dit overeenkomt met het origineel, hetgeen aan mij is getoond, en wat ik woord voor woord heb overgeschreven.

 

Gap.Van Langenberg

Pastor in Sint Amands

 

 

In de doopregisters van Sint Amands vonden we ook de doopakte van Egidius Hiel. Egidius, in de volksmond Gillis genoemd, werd op 19 januari 1625 geboren in St. Amands aan de Schelde (B) als jongste zoon van Joannes Hiel d'Aude en Maria van (de) Moorten(r). Gillis trok naar Zeeuws Vlaanderen waar hij op 5 april 1655 trouwde (o.t. 23 maart 1655) met Mayken (Maria) Lambrechts.

 

Het geslacht Lambrechts is een van de vele die we, naast de families Blanquarts, Crieckaerts, de Wachter, Bouwens, Gordeijn, Broeckaerts, Lemmens, Adriaenssen, Andriessen, Verdurmen, Buijsrogge en Rosseel in de geschiedenis van het Zeeuwse geslacht Hiel nog vaak zullen tegenkomen. Waar nodig zal ook wat langer bij deze geslachten worden stilgestaan.

 

Eerste huwelijk

 

Gillis trok naar Zeeuws Vlaanderen waar hij op 5 april 1655 trouwde met Mayken (Maria) Lambrechts. Uit dit eerste huwelijk van Gillis Hiel en Mayken Lambrechts werden vier kinderen geboren: Joanna, Maeyken, Cornelis en Joannis Hiel.

 

Mayken Lambrechts (geboren: 27 januari 1630 te Hulst en overleden: 7 april 1668) was dochter van Cornelis Lambrechts fs. Joos afkomstig uit Lamswaarde (geboren: voor 1610 en overleden 5 mei 1664 te Ossenisse - Burgpolder) en (huwde: 29 juni 1627 te Hulsterambacht) Catharina (Tanneken) Blanquarts (Blanckaert) (geboren: 1631 te Hengstdijk en overleden: 28 augustus 1673 te Ossenisse) f Cornelis en Margarita Lambrachts, landbouwster. Vader Cornelis Lambrechts was landman met een hofstede in de Burgpolder (Platte Dijk) te Ossenisse. Hij was tevens schepen van Hulster Ambacht.

 

Lambrechts

 

Mayken Lambrechts werd geboren in een gezin van vier kinderen. Haar zus Pieternella Lambregts, landbouwster (overleden: 3 december 1724), was gehuwd (o.t. 19 januari 1704) met Jan Crombeen (overleden: 14 december 1711) fs. Jan (overleden: 13 januari 1690) en Josijntien Crieckaert. Jan Crombeen was eerder gehuwd (30 juni 1692 te Boschkapelle) met Catharina Adriaenssens (geboren: 1671 en overleden: 1704, dochter van Jan Adriaensens (schipper en tavernier) en Mayken Vereecken. Zijn moeder Josijntien Crieckaert was dochter van Cornelis Crieckaert (overleden: 3 augustus 1673) fs. Joos, landman te Lamswaarde. Jan Crombeen en zijn gezin woonde op een hofstede in de Kruijspolder. Gillis Hiel was voogd over hun kinderen.

 

Haar jongere zus Margarieta (Tanneken) Lambrechts (overleden: 6 september 1657 in de Burgpolder) was getrouwd met Guilliam Lesque, zoon van Pieter Lesque, procureur van Hulster Ambacht. Guilliam Lesque was weduwnaar van Catharina Janssen. Daaruit bracht hij twee kinderen mee: Maria en Margrita Lesque. Margarieta Lambrechts hertrouwde (o.t. 30 oktober 1654) met Adriaen (Andries) Janssen geboren: ca 1640 en overleden: 11 april 1680 te Hengstdijk, Molenhoek. Daaruit werd ca 1655 een dochter geboren, Katharina Janssen. Adriaen was landman in de Burgpolder met land in de Ser-Pauluspolder. Hij bezat een hofstede met 150 gemeeten land te Lamswaarde, land in de Dullaert en Langendam, land in de Ser Pauwelspolder alsmede een brouwerij.

 

Deze Adriaen Janssen huwde (2) 26 oktober 1658 te Hulst met Margarita Vossaert (overleden: 11 april 1680), afkomstig uit Lamswaarde. Zij was dochter van Jan Vossaert (geboren: 1617) en Elisabeth Nuyts (geboren: 1617 en overleden: 18 februari 1666 te Lamswaarde, Vitshoek). Uit dit tweede huwelijk van Adriaen Janssen werden twee kinderen geboren: Jan Janssen, geboren 1660 en Huijbrecht Janssen, geboren 1662.

 

Adriaen Janssen trouwde voor een derde maal met Josijntgien Crieckaert fs. Cornelis, geboren: 24 februari 1632 en overleden: 8 juni 1689 te Hengstdijk. Josijntgien, landbouwster in de Molenhoek, was dochter van Cornelis Crieckaert, schepen van Hulster Ambacht en Pierijntgien de Tollenaere (Tollenaers 1607-1644). Joosijntgien Crieckaert was eerder gehuwd met Aernout (de) Zeelander (1624-1662).

 

Uit dit derde huwelijk van Adriaen Janssen met Joosijntgien Crieckaert werden 7 kinderen geboren: a. Adrianeken (1664-1689), b. Cornelis (1664-1689), c. Pieternella (geboren 1668), d. Maria (geboren 1672), e. Johanna (Stoppeldijk 1672-1719) gehuwd 1690 met Jacobus de Maet (1671-1750), f. Elisabeth (geboren 1676) en g. Egidius (1678-1689).

 

Mayken had daarnaast nog twee broers: allereerst (Judocus) Joos Lambrecht Sr, landman met ondermeer land te Hengstdijk, Hontenisse, Ossenisse, Lamswaarde alsmede in de Hulster Parochie Absdale.  Joos (overleden: 2 juni 1710) huwde (1) o.t. 16 maart 1670 met Pieternella (Pieternelleken) Blanckaert(s) (overleden: 28 maart 1680 te Hengstdijk). Daaruit werden twee kinderen geboren: a. Catharina Lambrecht, geboren: 1671 en overleden: 23 december 1702, huwde w.s. met Gillis de Bock en b. Maria Lambrecht, geboren 1677.

 

Joos Lambrechts huwde (2) o.t. 7 september 1680 met Maria Crombeen landbouwster, (geboren: na 1653 en overleden Kerstmis 1717 te Hengstdijk) fa. Nicolaas en Margrieta Claessen. Daaruit werden nog eens 4 kinderen geboren:

a. Pieternella Lambregts (overleden: ca 1709) gehuwd (1704) met Jan Crombeen (overleden: 14 december 1711) fs. Jan waaruit 2 kinderen: Joos Crombeen, geboren ca 1691 en Margareta Crombeen, geboren ca 1694 en gehuwd met Joos Verdurmen. Voogd over deze kinderen is Cornelis Hiel. Jan Crombeen was landman en brouwer. Hij bezat een hofstede in de Kruyspolder plus brouwerij. Jan Crombeen was eerder gehuwd (1692) met Catharina (Cathalijna) Adriaenssen (1671-1704), waaruit een dochter: Maria Anna Crombeen, geboren 1695 en een zoon: Jan Crombeen, geboren 1697.

 

b. Cornelius Lambregts,

 

c. Maria Anna (Margriette) Lambregts (geboren 1697 en overleden: 29 mei 1778) was gehuwd met Jacob(us) Verdurmen (geboren: 1672 en overleden: 19 maart 1743, landman in de Stoppeldijkpolder), zoon van Huijbrecht Verdurmen en Maria Lesque (waaruit 5 kinderen) 

 

d. Joos Lambrecht jr (geboren ca 1694 en overleden: 17 november 1729) landman in Molenhoek, huwde (1) 1719 Elisabeth Adriaanse(n) f. Pieters (geboren: 1695 te Boschkapelle en overleden: 20 april 1720 te Hengstdijk), dochter van Sr Pieter Adriaenssen (koopman, schipper, winkelier te Campen) en N.N. van Dongen, waaruit Pieter Lambrecht (geboren: 1719). Joos Lambrecht huwde (2) Maria de Backer (overleden: 22 november 1729), waaruit Maria Anna Lambrecht (geboren: 1726). Cornelis Hiel was voogd over de kinderen van Joos Lambregts.

 

e. Tenslotte was er Jan Lambrecht, gehuwd met Cornelia N.N. dochter van Paulus N.N.. Cornelia N.N. was eerder gehuwd met Jacob Huybregts. Jan Lambrecht was voogd over de kinderen van Gillis Hiel en Mayken Lambrechts na haar overlijden in 1667.

 

 

Blanquarts

 

Mayken Lambrechts’ grootvader van moeders kant, Cornelis Blanquarts (geboren 1594, en overleden 8 juli 1665 te Hengstdijk), was gehuwd met (1) N.N. waaruit geboren Cornelis Blanquarts en (2) Margrita Lambreghts, landbouwster (overleden: 8 juli 1665). Zij was mogelijk zus van Cornelis Lambrechts. Uit dit huwelijk van Cornelis Blanquarts en Margareta Lambreghts werden vier kinderen geboren. Cornelis Blanquaerts was landman en bezat land in de Hulsterse parochie Lamswaarde en Langendam en land in de Stoofpolder. Bij zijn overlijden liet hij voorts na: 1/8 deel in huis met schuur en plantsoen te Lamswaarde, hofstede in Kruyspolder. Voogd over de kinderen was Gillis Hiele.

 

a. Tanneken Blanquarts (geboren: 1631 te Hengstdijk en overleden 13 juli 1680) gehuwd (o.t. 21 april 1652 te HontenisseHoH ) met Joos (Judocus) Crieckaert (geboren: 23 februari 1620 te Hulst en overleden: 30 september 1660), landman eveneens afkomstig uit Lamswaarde (Stoofpolder) en zoon van Cornelis Crieckaert[7] (overleden: 16 mei 1637 te Hulst) en Elisabeth Pous. Deze Joos Crieckaert was weduwnaar (huwde: 21 april 1643) van Elisabeth Clae(ij)ssen (geboren: 24 augustus 1633 te Hulst en overleden: 27 maart 1652 te Lamswaarde), dochter van Pieter Clea(ij)ssen en Maeijken Spaans (Paus). Daaruit werden drie kinderen geboren.

 

Uit het huwelijk met Joos Crieckaert bracht Tanneken vier kinderen mee:

1. Maria Crieckaert: geboren: 1653 en overleden: 6 december 1700, huwde (1) Judocus Buyens en (2) Laureys Roumaal

 

2 Margaretgha Crieckaert: geboren 1654

 

3. Joos Crieckaert: geboren: 1657 en overleden: 1701, gehuwd (1) met Maria Durinck (overleden: 1698) en (2) 1698 Livina (Livyntien) Rosseel waaruit een dochter Maria werd geboren (1685) en een zoon Jan (1689-1701). Maria huwde Seger Thierens[8]  

 

4. Jan Crieckaert geboren: 1660.

 

Tanneke Blanquarts hetrouwde (3) 26 juli 1670 met Joos VERBRA(E)(C)KE(N) uit de St. Pauwelspolder. Daaruit werd nog een zoon, Pieter Verbraken, geboren, landman (overleden: 21 maart 1716).

 

b. Jan Blanquarts (geboren: ca 1635) gehuwd op 5 juni 1655 met Maria DE KORTE,

 

c. Margarita Blanquarts, geboren ca 1635 en overleden: 16 februari 1667), gehuwd met Michiel Toby (landman) en d. Maria Blanquarts geboren ca 1640 en overleden op 16 februari 1667, gehuwd met N.N.

 

 

Tweede huwelijk

 

Mayken Lambrechts overleed in 1667 op de vroege leeftijd van 37 jaar. Nog geen jaar later, op 5 augustus 1668, hertrouwde Gillis Hiel met Jacquemijntien (Jacoba) Wellincx, dochter van Philip Wellincx en Anthonijntgien (Anthonijnken) Vogelaers. Getuigen bij het huwelijk van Gillis Hiel en Jacoba Wellincx waren Jan de Wachter, Joos Lambrechts, Christina van Duysen en Catalijna Vermeers. Haar vader Philip Wellincx was brouwer en landman ondermeer in het Hoogland. Hij bezat daarnaast ook land in de Hulsterse parochie de Graauw. Deze Philip huwde voor de tweede maal met Pierijntgen Zegers. Uit dit tweede huwelijk van Gillis Hiel werd een dochter geboren: Catharina Hiel.

 

Jacquemijntien Wellincx was weduwe van Adriaen de Wachter[9], landman in het Hoogland, en geboortig van Wolvertem (Belgisch Brabant). Adriaen bezat ondermeer land in Ossenisse, in Puurs (van zijn grootmoeder), evenals een huis plus land genaamd “de Lindeboom” in de Polder van Namen. Uit dit huwelijk, gesloten in 1651 werden 7 kinderen geboren. Deelvoogd over de kinderen was Adriaen de Wachter.

 

De broer van Jacquemijntien, Marinus Wellincx, tavernier in het dorp Hontenisse, was gehuwd met Lievineken Janssen. Haar zus Margaretha (Margrieta) Wellincx (overleden 19 februari 1657), was getrouwd (o.t. 26 april 1653 en t. 27 april 1653) met Gils Adriaans(s)en. Gils was landman en brouwer. Hij bezat een hofstede in de Noordpolder en land te Ossenisse. Getuigen bij dit huwelijk waren: Joanna Indervelde en Petronella Seghers.

 

Deze Gils, die we trouwens later nog zullen tegenkomen[10], wordt ook Jan Adriaensen van Gils genoemd. Uit dit huwelijk van Gils Adriaensen worden een zoon en een dochter geboren: Philip Adriaensen (geboren ca 1655) en Janneken Adriaensen (geboren ca 1656 en vroeg overleden). Jan Adriaensen (van Gils) hertrouwde met Jacquemijntien de Waele fs. Jans waaruit nog drie kinderen werden geboren: a. Jan de Waele, geboren ca 1658, b. Adriaen de Waele, geboren ca 1659 en c. Pieter de Waele. Gils overleed op 28 juni 1661. Voogd over de kinderen was hun oom Adriaen de Wachter.

 

 

Derde huwelijk

 

Gillis Hiels’ tweede vrouw, Jacoba Wellinckx, overlijdt in november 1677, drie nog minderjarige kinderen achterlatend: Cornelis 17, Jan 12 en Catharina 4 jaar oud. Dochter Maria Hiel is inmiddels getrouwd met Andries Janssen fs. Jooris. Voor een derde maal trouwt Gillis Hiel, dit keer met Catharina Florijn (geboren in 1653). Uit dit derde huwelijk van Gillis Hiel en Catharina Florijn werd nog een dochter geboren: Jacoba Hiel.

 

Catharina Florijn was afkomstig van de Walenhoek vlak onder Ossenisse. Daar was haar vader, Jacobus Florijn (Florens) gehuwd met Catharina Vereecken. Catharina Vereecken was eerder gehuwd (19 februari 1668 te Ossenisse) met Petrus Adriaensen (eerder gehuwd (1) voor 1650 Catharina Paus, (2) 1650 met Elisabeth Hendricx en (3) 27 mei 1657 Margaretha Teenaerts (overleden: 22 december 1667). Catharina Vereecken huwde later met Jan van de Voorde, smid en winkelier (overleden: 9 juli 1677). Zij bezaten een hofstede in de Schaperspolder. Catharina had twee broers: Adriaen Florijn (geboren janauari 1647 te Waterhoek) en Jacques (Jacobus) Florijn (geboren 1649 en overleden 1 december 1671), eveneens smid en winkelier op Walenhoek en gehuwd met Adriaeneken Adriaens(s)en. Jan Vereecken, broer van Catharina was voogd over hun zoon Jan Florijn (geboren: 1671).

 

Gillis Hiel wordt in de loop van de jaren verscheidene malen als voogd genoemd. Ondermeer over de kinderen van Jan Crombeen fs Jan weduwnaar van (1) Catharina Adriaanssen en (2) Pieternella Lambregts (medevoogd is Francois Broeckaert). Ook is hij voogd over Cornelia Aertsen Craendonck na het overlijden op 6 maart 1670 van haar moeder Mayken Bastleijssen gehuwd met Bastiaen Aertsen Cranendonck. Op 16 februari 1667 is Gillis voogd over het kind van Maria Blanquart en N.N. Deze Maria was trouwens zus van zijn schoonmoeder Tanneken (Catharina/Cathalina) Blanquarts, gehuwd met Cornelis Lambrecht, alsmede zus van Margrita Blanquarts fs. Cornelii en van Jan Blanquarts.

 

 

Gillis als landman

 

Gillis was net als zijn vader landman. Hij boerde in Hontenisse waar hij ca 20 ha land in eigendom had in de Hooglandpolder en in de Nijspolder. Daarnaast had Gillis 40 ha grond gepacht in de Hoogland-, de Nijs- en de Burchpolder. Zo vinden we bij Burchpolder (= Zoutland) no 18 p 21: “Gillis Hiele tevooren Adriaen Hamelinck 6 gemeten 104 roeien voor 1 pond, 11 schelling groon per gemet”. (bij de verpachting in 1661 en 1667 idem). Voorts bezat Gillis land in Lebbeke (B), terwijl zijn eerste vrouw Mayken Lambrechts ook behoorlijk wat land had meegebracht, onder meer in Wieze (B).

 

Wanneer op 1 november 1660 de zoon Cornelis Hiel geboren wordt, wonen zijn ouders op een grote boerderij met ruim 65 gemeten eigendom en 67 gemeten 14 roeden pachtland van Dignus Janssen.

 

Volgens de “Everinge van Ossenisse“ (door H. Pierssens):

Gillis Hiel pachtte in Nijspolder van Dignus Janssen

   1ste Ganck                                                7 gemet,    31 roeden

-    3d Ganck Nijspolder ex Dignus Janssen      18 gemet,  243 roeden

-    No. 3 rden Ganck van het Hoochlant ex

      Dignus Janssen                                          7 gemet, 202 roeden

-    No 12 3den Ganck van het Hoochlant         33 gemet,   91 roeden

-    No 3 1sten Ganck, Burchpolder                                    47 roeden

 

Het bewijs van zijn landeigendom werd gevonden in het Kohier Personele Quotisatie 1665 van Hulster Ambacht.

 

 

Kohier Personele Quotisatie 1665 van Hulster Ambacht

(Archief H.A. No 1034)

 

Boven f. 2000,-

Sterfhuis Margrita Lambrechts                     48 gemeten eigendom

te Hengstdijk                                                en 1780 ponden Vlaams

Mathijs Lambrechts                                      30 gemeten 100 roeden

te Lamswaarde                                              in eigendom met zuster

                                                                     te Hengstdijk

                                                                     en 420 ponden Vlaams

Gillis Hiele                                                    34 gemeten eigendom

te Ossenisse                                                  in de Hoochlandpolder

                                                                    22 gemeten eigendom

                                                                     in de Nijspolder

                                                                     en 650 ponden Vlaams

 

Weduwe Cornelis Lambrechts                       73 gemeten eigendom

                                                                     in de Zoutelandpolder

                                                                     en 1400 ponden Vlaams

 

 

 

 

Dat Gillis eigen land bezat kan men ook afleiden uit de Geschiedenis van Hontenisse door A. Fruitier. Op blz. 103 wordt in het jaar 1671 Gillis Hiele vermeld bij de “Geassumeerde Ingelanden en Notabele”. En een paar allinea's verder lezen we: “De (protestantse) regering van het Ambacht koos de ingelanden en notabelen uit de landeigenaars van minstens 30 gemeten. Zij hadden het toezicht over het geldelijke beheer en wat daarmee in verband stond“.

Nadat Gillis Hiel in 1681 is overleden laat men volgens de pachtgegevens de pacht in de Burchpolder in 1683 en 1689 gaan en dan wordt dit stuk grond verpacht aan Wed. Daniel Boeykens.

 

De vraag is of deze pachtgrond wordt doorgegeven aan iemand van zijn familie, of dat die paar hectaren hem niet meer interesseerden omdat in 1671 en 1678 al ander land werd gepacht. Daniel Boeijkens (geboren: ca 1640 en overleden: 1689) was wel degelijk familie. Hij was op 10 april 1662 te Ossenisse getrouwd met Cornelia Jansens (overleden op 19 februari 1706)[11]. Daniel was zoon van Cornelis Boeykens (geboren: voor 1620 en overleden: 28 november 1657 te Hontenisse), landman met hofstede in de Noordhofpolder, en (huwde: voor 1640) Marie ‘Maeyken’ Buysrogge[12] (geboren: ca 1607 te Mesele), en kleinzoon van Daniel Boeykens Sr (geboren: voor 1600 en overleden: 1634 Noordhofpolder te Hontenisse) en Maria Hiel(e). Deze Maria Hiel was zus van Jan Hiel d’Aude uit Sint Amands, de vader van Gillis Hiel. In het Oud Archief van Sint Amands (R.A. Antwerpen), bevindt zich een rekening de data 2.7.1638. Daarbij geeft Jan Boeykens, voogd over de minderjarige wezen van wijlen Daniël Boeykens, “daar moeder aff is Maria Hiele”, rekenschap van zijn beheer over genoemd sterfhuis. In november was de voogd, samen met zijn medevoogd Jan Hiel (broer van Maria en gehuwd met Maria van de Moorter) te Hulster Ambacht in verband met het passeren van het “contract van vuytcoop vande weesen”. Een contract dat toen blijkbaar niet werd gepasseerd. Op 10 juli 1638 werden aan de schepenen en griffier van Hulster Ambacht betalingen verricht voor het tekenen van de “staet ende cavelinge vande weesen grootmoeder”.